Transcripties

Tijdens je promotietraject is het niet zo vreemd dat je gaandeweg een flink aantal transcripties van je bronnen maakt. Vooral in de eerste maanden, wanneer het handgeschreven materiaal nog wat onwennig aanvoelt, zijn dergelijke transcripties soms pure noodzaak. Met tijd en moeite veranderden de slordige hanenpoten van reizende Nederlanders voor mij in relatief leesbare fragmenten. Sterker nog, inmiddels zijn deze handgeschreven bronnen wat mij betreft duidelijker dan mijn eigen slordige kattebelletjes en collegeaantekeningen.

Naast de editie die ik gemaakt heb van het reisverslag van Coenraad Ruysch, plaats ik op deze website ook nog wat transcripties. Daar zitten natuurlijk de nodige foutjes en slordigheden – zo’n transcriptie is ook het papieren bewijs van je eigen onvermogen -, waar ik me verder niet voor zal verontschuldigen. Voor het ongetrainde oog kan het handig zijn. Afijn, voor wie er iets aan heeft.


Gerard Hinlopen (1662; 1667-1668)
Gerard Hinlopen, Reijsen gedaen int jaar 1662 met ons speeljacht in compagnie van dat van burgermeester Cornelis Olfertsz als meden Cornelis Jacobs Segen naer Brabant, Hulst in Vlaanderen, Zeelandt & Uijtrecht. 1662. Ms. Amsterdam, UB Amsterdam, coll. hss. VIII E 15I. Transcriptie.

Gerard Hinlopen, Journael en aantekeninge gehouden op mijne Reijsse gedaan int jaar 1667 en 1668 door Vranckrijck en Engeland. 1667-1668. Ms. Ms. Amsterdam, UB Amsterdam, coll. hss. VIII E 15II. Transcriptie.

In 2009 publiceerde Joris Oddens een uitgebreide editie van het reisverslag van de Hoornse regent Gerard Hinlopen. Hinlopen maakte in 1670 en 1671 een exotische reis naar de Griekse eilanden en Istanbul. Hij pende zijn ervaringen neer in een uitgebreid verslag, dat bovendien vol staat met tekeningen en prenten. Het verslag beslaat ruwweg 2/3 van het reismanuscript: in het handschrift staan nog tien andere verslagen. Voor het merendeel gaat het over plezierreisjes die Hinlopen  (eind dertig, begin veertig) per jacht maakte naar de Zuidelijke Nederlanden in het gezelschap van vrienden en collega’s. Voorafgaand aan het verslag naar Istanbul staan echter nog twee reizen: een reisje (Hinlopen was 18) naar Brabant en een Grand Tour naar Frankrijk en Engeland. Over dat laatste heb ik op dit blog weleens iets geschreven.

Joan Geelvinck (1663-1664)
Joan Geelvinck, Reijsbeschrijvinge van Joan Geelvinck in Vranckrijk in ao. 1663 aengevangen. 1663-1664. Ms. Den Haag, Nationaal Archief, FA Hoeuft van Velsen 375.  Transcriptie.

Joan Geelvinck maakte in 1663 en 1664 een reisverslag van een Grand Tour volgens de regels van het spel. Zijn verslag is het voorbeeld bij uitstek om te zien hoe Nederlanders op educatiereis trokken in de zeventiende eeuw.

De Amsterdamse vader (1677-1696)
Anoniem, Onderrigt van t geen een Reiziger dient waar te neemen. 1677-1696. Ms. Den Haag, KB, 70 J 3I. Transcriptie.

Anoniem, Reize door Duitsland na Italien en Vranckryk. 1677-1679. Ms. Den Haag, KB, 70 J 3I. Transcriptie.

De anonieme auteur die schuilgaat achter Ms. KB 70 J 3 wordt in de secundaire literatuur vaak ‘de Amsterdamse vader’ genoemd vanwege de paternalistische reisadviezen voorgaand aan zijn drie reisbeschrijvingen. Dit Onderrigt legt een jonge reiziger uit hoe hij zijn educatiereis het beste kon aanpakken. Wat moest je zoal observeren? Wat moest je meenemen op de reis? En wat was de ideale route waarbij je het minste werd blootgesteld aan de kwalijke eigenschappen van het buitenland? De Amsterdamse vader legt uit. In het verslag dat daarop volgt, weidt hij uit over een reis naar Italië. De andere twee verslagen in het manuscript (waarvan ik geen transcriptie heb) zijn stiekem interessanter: ze beschrijven een tocht naar Engeland en naar Oost-Europa.

Ernst Frederik Vegelin van Claerbergen (1669)
Ernst Frederik Vegelin van Claerbergen, Mores animadversiones et consuetudines Parisienses. 1669. Ms. Leeuwarden: Tresoar, FA Van Eysinga-Vegelin van Claerbergen 4785. Transcriptie.

De Friese edelman Ernst Frederik Vegelin van Claerbergen maakte in 1669 een reisje naar Frankrijk. Daarover deed hij natuurlijk braaf verslag in een Frans reisverhaal. Bijzonder is dat hij daarnaast ook de zogeheten Mores animadversiones et consuetudines Parisienses schreef. Die Latijnse titel klinkt statig, maar eigenlijk betekent het zoveel als Parijse gewoontes, observaties en ervaringen. Ernst Frederik schreef een schijnbaar willekeurige verzameling van terzijdes: hij schreef dat Franse vrouwen zomaar op straat plassen, dat studenten vaak om het leven kwamen tijdens duels en dat er in de zomer kennelijk geen mosterd voorhanden was in Frankrijk. Het zijn eclectische en onbedoeld humoristische observaties, maar ze laten ook iets zien van de particuliere interesses van een reiziger die buiten de restricties van het genre van het reisverslag vallen.

Cornelia Carolina de Vassy (1748)
Cornelia Carolina de Vassy, Journaal van het plesier rijsje in geselschap van den heer en mevrouw Thibaut en desselfs dogter de heer Leendert Bomme en 2 soons benevens E. de Haeze en huisvrouw. 1748. Ms. Archief, Het Utrechts Archief, FA Martens 264. Transcriptie.

Er zijn erg weinig reisverslagen van Nederlandse vrouwen in de zeventiende eeuw en de eerste helft van de achttiende eeuw. In 1748 schreef Cornelia Carolina de Vassy  een reisverslag van een plezierreisje door Nederland. Haar metgezellen wilden de schade van de recent besloten Oostenrijkse Successieoorlog nauwgezet bekijken. Interessant is dat Cornelia schreef haar verslag in rijmvorm op papier stelde, waarin ze hartgrondig mopperde over haar ongemakkelijke reis. Door het Sinterklaasrijm en de stoplappen is het verslag moeilijk mooi te noemen. Een curiosum is het wel.

 

 

Advertenties