3 oktober puzzelen

Vandaag is het 3 oktober. Vandaag viert Leiden het ontzet van 3 oktober 1574. Bijna 450 jaar geleden werd de stad bevrijd van de Spanjaarden en dat vieren de Leidenaren tegenwoordig met een herdenkingsdienst in de Pieterskerk, een taptoe, vuurwerk en kilo’s haring, wittebrood en hutspot. Zelfs als je helemaal niets met Leiden hebt (lees: ik), dan nog is het Beleg interessant vanwege zijn rijke geschiedenis en verhalentraditie: van het ontstaan van Nederlands oudste universiteit en de heldendaden van Magdalena Moons tot de ketel hutspot van het weesjongetje Cornelis Joppenszoon.

Pas sinds 1886 ontfermt de 3 October Vereeniging zich over de jaarlijkse festiviteiten, maar al sinds de zestiende eeuw wordt het Leidens ontzet herdacht en gevierd. Ook reisverslagen reflecteren op die vaderlandse episode, zo blijkt. De Groninger Gerard Horenken (1663-1712), heer van Dijksterhuis, en zijn mentor C.C. Neander arriveerden in 1683 in Leiden, na drie jaar te hebben rondgetoerd door Frankrijk, Italië, Duitsland en Engeland. De stad zal voor beiden bekend zijn geweest. Horenken had er gestudeerd, Neander was van huis uit academicus. Een bezoekje bood gelegenheid om te schrijven over het ontzet:

Den 2 Juli. Naedemiddag door Harlem op Leiden, alwaer men best logeert in t ‘Schilt van Vranckrijck. Tot Leiden aen de vlietburg staet dit vers:

Men was in groot verdriet,
Want eeten waster niet,
En t’volck van honger scheiden.
Ten laest God nedersiet,
En sond door dese vliet,
Broot, spijs en dranck in Leiden.

En aen het Stadshuis.

Naer sWarte hUngers noot,
GebraCht had tot de doot
BInaest zes dUIsent menschen;
ALst God de Heer Verdroot
Gaf hI Uns Weder broot,
So VeeL WI CUsten WensChen

De twee inscripties die Neander overschrijft, zijn afkomstig van de St. Jeroensbrug en de gevel van het stadhuis aan de Breestraat. Het tweede werd mogelijk geschreven door Jan van Hout (1542-1609), literator en de latere stadssecretaris van Leiden. Het werd in 1577 aangebracht op last van het stadsbestuur. Op de overlevering van de inscripties ga ik niet in (daarover kun je lezen in een verhelderend artikel van Dirk Geirnaert). Wat ik interessant vind aan de gedichten is dat ze ook midden zeventiende eeuw functioneerden als plaatsen van herinnering, als fysieke locaties waar men kon terugdenken aan de lotgevallen van de Leidenaren pakweg honderd jaar eerder. Tastbare geschiedenis.

Tegelijkertijd was het ook actief lezen. De twee gedichten zijn zogenaamde chronogrammen of tijddichten. Een chronogram is een vers waarin een jaartal in Romeinse cijfers is verstopt. Dat gebeurt nét iets anders dan dat wij op de middelbare school hebben geleerd: M is 1000, D is 500, C is 100, L is 50, X is 10, W en VV maken 10, U en V zijn 5, Y, IJ en II zijn 2 en J en I zijn 1. In de zeventiende eeuw was het tijddicht een populaire versvorm. Onder andere Jan Six (1618-1700), over wie Geert Mak onlangs een magistrale familiegeschiedenis heeft geschreven, was een fanatiek beoefenaar.

Beide gedichten zijn tijddichten, maar Horenken en Neander laten dat alleen zien in het tweede gedicht, het vers dat op de gevel van het oude stadhuis prijkt. Passanten kregen overigens wel een wenk. Onder en boven het vers staan de leestips: “Zuuct en vint tjaer, van liden zwaer” en “Zo veel letters, zo veel dagen.” Wanneer je pen en papier pakt en de hoofdletters optelt, kom je tot:

sWarte = 10
hUngers = 5
GebraCht = 100
BInaest = 1
dUIsent = 6
MensChen = 1100
ALst = 50
Verdroot = 5
hI = 1
Uns = 5
Weder = 10
VeeL = 55
WI = 11
CUsten = 105
WensChen = 110

En dat komt uit op… 1574! Het jaar van het Leidens ontzet! Wat de chronogram nog ingenieuzer maakt is dat het bestaat uit 131 letters, het aantal dagen dat het beleg daadwerkelijk heeft geduurd (28 mei t/m 2 oktober). Mocht je vanavond gaan feesten of mocht je Leiden morgen in brakke toestand aantreffen, loop dan naar de Breestraat en de St. Jeroensbrug en puzzel even mee met de zeventiende-eeuwers.

Schermafbeelding 2017-10-03 om 14.43.31

Afb. C.C. Neander, Korte reijsbeschrijvinge vervattende in forme van journael de remarcabelste saeken gesien en voorgevallen op de reijse […] 1680-1683. Ms. Groninger, Groninger Archieven, HA Menkema en Dijksterhuis 425.

Advertenties